Reglementen

Reglement docent Spoedzorg Schola Medica

Docent worden en blijven bij Schola Medica
november 2018

INTRODUCTIE

Schola Medica verzorgt onder meer spoedzorgcursussen voor huisartsen, specialisten ouderengeneeskunde, artsen voor verstandelijk gehandicapten in opleiding (aios), hun opleiders en voor artsen niet in opleiding tot specialist (anios). Voor een goede en constante kwaliteit van onze cursussen zijn gekwalificeerde docenten onmisbaar. In dit reglement geven we aan wat hiervoor de voorwaarden en eisen zijn. Door deze duidelijk vast te leggen, wordt de kwaliteit van docenten meetbaar en toetsbaar.

INDELING DOCUMENT
Dit reglement bestaat uit drie onderdelen:
I Werving en selectie van docenten
II Voorwaarden om docent te kunnen worden
III Voorwaarden om gekwalificeerd docent te blijven

HET REGLEMENT DOCENT SPOEDZORG SCHOLA MEDICA IN HET KORT

  • Een potentiële docent wordt uitgenodigd of meldt zichzelf aan.
  • Meelopen en een oriënterend gesprek met een ervaren gekwalificeerde docent.
  • GIC fase 1: tweedaagse cursus, inclusief advies aan managementteam Schola Medica.
  • GIC fase 2: beoordeling docentschap op onderdelen die voor docent relevant zijn; beoordeling is afhankelijk van de prestaties bij GIC-1.
  • Bij voldoende of goed resultaat GIC: docent is gekwalificeerd.
  • GIC fase 3: toetsing eens per drie jaar of docent nog voldoet aan eisen.
  • Bij akkoord: herregistratie voor drie jaar.

BEGRIPPEN
GIC: Generic Instructor Course: de didactische opleiding die elke potentiële docent moet volgen om gekwalificeerd docent te worden bij Schola Medica. 
Docent: degene die lesgeeft in een of meer spoedzorgcursussen van Schola Medica. Waar in dit reglement 'docent' staat, bedoelen we 'docent spoedzorgcursus Schola Medica'.
Een potentiële docent is een arts die belangstelling heeft om docent te worden of die uitgenodigd is om docent te worden. 
Een kandidaat-docent is een arts die is aangemeld voor de GIC-procedure. 
Een gekwalificeerde docent heeft GIC fase 2 afgerond.
Een cursuscoördinator is een gekwalificeerd docent die op grond van bewezen expertise in de spoedzorgcursussen van Schola Medica tot cursuscoördinator is benoemd door het managementteam van Schola Medica.
De course director van de GIC is de cursuscoördinator van de GIC.

Docent wordt in dit reglement aangeduid met 'hij' – hier kunt je ook 'zij' lezen.

I WERVING EN SELECTIE VAN DOCENTEN

ACTIEVE WERVING DOOR SCHOLA MEDICA
Schola Medica werft het merendeel van de docenten onder vijf groepen:

  1. Huisartsen en specialisten ouderengeneeskunde die als deelnemer uitblinken in de STARclass.
  2. Huisartsen en specialisten ouderengeneeskunde die in de afgelopen vijf jaar twee andere, soortgelijke spoedzorgcursussen hebben gevolgd, bijvoorbeeld ATLS®, MEdicALS® of APLS®; in ieder geval een cursus met zowel theorie- als praktijktoetsing. Een vereiste is een bewijs dat de arts beide cursussen goed heeft afgelegd.
  3. SEH-artsenknmg.
  4. Assistenten in opleiding voor een klinisch specialisme vanaf het vijfde opleidingsjaar.
  5. Artsen ingeschreven in een register van een klinisch specialisme ‘gelinkt’ aan spoedzorgwerkzaamheden. Indien zij een erkenning hebben als instructor bij door Schola Medica erkende spoedzorgcursussen (ATLS®, MedicALS®, APLS®) en derhalve aldaar de GIC fase 1 doorlopen hebben, kunnen ze voor deze GIC fase 1 in Schola Medica vrijgesteld worden.

Schola Medica nodigt artsen uit mee te doen aan de selectie. Dat gebeurt op voordracht van de cursuscoördinator van de cursus waaraan de arts heeft deelgenomen.

AANMELDEN OP EIGEN INITIATIEF
Artsen die belangstelling hebben voor het docentschap, kunnen zich op eigen initiatief aanmelden. Ze moeten daarvoor een sollicitatie/motivatiebrief met CV schrijven. Een selectie van de vakgroep spoedzorg beoordeelt of de docent uitgenodigd wordt voor een meeloopdag.

II VOORWAARDEN OM DOCENT TE KUNNEN WORDEN

MEELOOPDAG
De tweede belangrijke voorwaarde is dat de potentiële docent minimaal één dag meeloopt bij het scenario-onderwijs. Tijdens deze dag kan de potentiële docent ervaren hoe het is om les te geven bij Schola Medica. Vast onderdeel is een nabespreking met de cursuscoördinator. De cursuscoördinator heeft gedurende de meeloopdag ingeschat of de potentiële docent de beoogde competenties heeft voor het docentschap of dat hij deze kan ontwikkelen. De criteria die hierbij aangehouden worden zijn achter het concept staan, naast de cursist staan en boven de stof staan.

ORIËNTEREND GESPREK
Elke potentiële docent heeft een oriënterend gesprek met een ervaren docent en een manager van Schola Medica. Deze ervaren docent is echter niet degene die de potentiële docent heeft voorgedragen. In dit gesprek worden wederzijdse verwachtingen besproken en komt de werkwijze van Schola Medica aan bod. Daarnaast wordt een individueel traject afgesproken. Het gesprek zal idealiter plaatsvinden na afloop van de meeloopdag.

AANVULLENDE VOORWAARDEN
De potentiële docent moet ook voldoen aan onderstaande eisen:

  1. Hij is ten minste vier dagdelen per week (40 procent) werkzaam in een specialisme waar acute zorg onderdeel van is, óf hij is huisarts of specialist ouderengeneeskunde of klinisch geriater met affiniteit voor het docentschap.
  2. Hij heeft geen opmerkingen bij zijn vermelding in het BIG-register.

VERVOLG: VAN AANSTAAND NAAR GEKWALIFICEERD DOCENT: GIC
Wie voldoet aan de voorwaarden om docent te kunnen worden en een positieve beoordeling heeft gekregen bij de meeloopdag en het oriënterend gesprek, komt in aanmerking voor de GIC. De GIC is noodzakelijk om gekwalificeerd docent te worden.

DRIE FASEN
De GIC is opgedeeld in drie fasen. 

Fase 1 bestaat uit een tweedaagse training in het begeleiden van scenario-onderwijs, het geven van vaardigheidsonderwijs, het afnemen van scenariotoetsen en het geven van een interactieve presentatie.
Fase 2 is een beoordeling van de kandidaat-docent op de vier onderdelen waarin de kandidaat-docent is getraind tijdens fase 1.
Fase 3 is de periodieke audit van alle docenten spoedzorg voor het blijvend borgen van de kwaliteit van het onderwijs. De audit vindt iedere drie jaar plaats, bij voorkeur tijdens het scenario-onderwijs.

DOEL EN INHOUD GIC FASE 1
Het doel van de tweedaagse training voor spoedzorg-docenten is het aanleren van didactische kennis en vaardigheden, zodat zij het onderwijsprogramma kunnen uitvoeren volgens eenduidige uitgangspunten en binnen de afgesproken contouren.

De inhoud van GIC draait om drie principes, opgebouwd volgens het model Environment, Set, Dialogue en Closure [1]:

  • de docent staat achter het cursusconcept;
  • de docent staat naast de cursist;
  • de docent staat boven de stof.

De kandidaat-docenten krijgen daarbij hulp van de cursuscoördinator(en) en kunnen gebruikmaken van het instructiemateriaal van Schola Medica.

TOELICHTING OP 'BOVEN DE STOF STAAN'
Docenten moeten 'boven de stof staan'. Dat houdt in:

  • Ze kunnen, waar dit mogelijk is en van toepassing is, lesstof terugbrengen naar de ABCDE-methode.
  • Ze kunnen lesstof vereenvoudigen tot simpele elementen.
  • Ze kennen en begrijpen zelf de stof, ze zijn in staat uit te leggen waar de stof over gaat en deze kunnen relateren aan de praktijk.

Dit betekent in de praktijk dat docenten:

  • inhoudelijke kennis hebben van de lesstof, de vaardigheden en de scenario's waarmee geoefend wordt;
  • in staat zijn de stof over te brengen op cursisten. Op zo'n manier dat deze geïnteresseerd blijven, meedoen en meedenken;
  • een duidelijk en bevredigend antwoord kunnen geven op inhoudelijke vragen van cursisten, ook de vragen die wat dieper ingaan op de stof. Daarbij mogen ze wel aangeven wat er nog niet bekend, onderzocht of gemeten is;
  • waar dat mogelijk is alle vragen en antwoorden kunnen herleiden naar de ABCDE-methode en de lesstof van de manual bij de cursus leidend laten zijn;
  • de vaardigheden die geoefend worden in het vaardighedenonderwijs zelf door en door kennen en deze kunnen relateren aan de ABCDE-methode;
  • de scenario's voor het scenario-onderwijs door en door kennen, hiermee kunnen variëren en de verschillende elementen kunnen herleiden naar de ABCDE-methode;
  • de grote lijn in het oog houden en niet verzanden in details;
  • weten én begrijpen wat er speelt in de dagelijkse praktijk van de acute zorg;
  • de reader en het lesmateriaal, inclusief achtergrondinformatie, goed kennen en beheersen.

BEOORDELING GIC: LOGBOEK
Schola Medica houdt een logboek bij van elke docent die in opleiding is. Het logboek is compatible met het logboek van de European Resuscitation Council [2] (Learning Path) en bevat alle relevante informatie over de voortgang van de kandidaat-docent. 

In fase 1 ziet de mentor toe op het bijhouden van het logboek; de kandidaat is zelf verantwoordelijk voor het correct bijhouden van het logboek. De cursuscoördinator is eindverantwoordelijk voor dit proces.
Het docentencorps van de GIC fase 1 (faculty) neemt onder leiding van de course director desgewenst de beslissing om het managementteam van Schola Medica te adviseren een kandidaat na afloop van de GIC fase 1 niet door te laten gaan.
In fase 2 is de cursuscoördinator per onderdeel verantwoordelijk voor de juiste invulling van het logboek.
Als de kandidaat-docent met succes GIC fase 1 en 2 heeft doorlopen, mag hij zich gekwalificeerd docent noemen en ontvangt hij een certificaat. Het organisatiebureau van Schola Medica archiveert de dossiers en controleert of alle gegevens zijn aangeleverd.

De GIC fase 1 en 2 is op twee manieren te volgen:

  1. De potentiële docent volgt een door Schola Medica erkende GIC-cursus [3] buiten Schola Medica. In dit geval is hij verplicht GIC fase 2 bij Schola Medica te volgen.
  2. Hij volgt GIC fase 1 en 2 bij Schola Medica.

De tweedaagse GIC1 wordt georganiseerd in samenwerking met ALSG als er minimaal vier kandidaat-docenten zijn aangemeld.

VOORTIJDIG AFBREKEN GIC
De GIC fase 1 wordt door een course director (CD, is cursuscoördinator GIC) gesuperviseerd. Hij is tevens verantwoordelijk voor het bepalen of de kandidaat de GIC met goed gevolg heeft afgelegd. Tijdens de GIC wordt de cursist en potentiele docent begeleid door een mentor.

In zowel fase 1 als fase 2 kan het besluit vallen om de opleiding voortijdig af te breken. Bijvoorbeeld als blijkt dat de kandidaat-docent niet voldoet aan de eisen 'achter het concept', 'naast de cursist' of 'boven de stof' staan. De course director GIC of een van de leden van de faculty (fase 1) of de cursuscoördinator (fase 2) bespreekt dit met de betreffende kandidaat-docent. De course director GIC of de cursuscoördinator informeert het managementteam van Schola Medica over het besluit, die het besluit vervolgens bevestigt aan de kandidaat-docent.

VRIJSTELLING GIC FASE 2
Kandidaat-docenten die veel ervaring hebben en (onderdelen van) de lesstof al uitmuntend beheersen, kunnen soms vrijstelling krijgen voor een of meer onderdelen van de GIC fase 2. Het managementteam van Schola Medica neemt hierover een besluit op basis van een advies van een lid van de vakgroep spoedzorg.

III VOORWAARDEN OM GEKWALIFICEERD DOCENT TE BLIJVEN

Docenten zijn nooit uitgeleerd en medische inzichten zijn aan verandering onderhevig. Daarom toetst Schola Medica periodiek of de gekwalificeerde docenten nog aan alle voorwaarden voldoen.

Die voorwaarden zijn:

  • De docent moet ten minste vier dagen (acht dagdelen) per jaar óf ten minste acht dagen (zestien dagdelen) per twee jaar als docent werken. Hierbij geldt van beide kanten een inspannings-verplichting: Schola Medica nodigt docenten voor voldoende dagdelen uit, en docenten zorgen ervoor dat ze het minimaal vereiste aantal dagdelen als docent werken. 
  • Een docent kan zich tijdelijk terugtrekken uit de patiëntenzorg. Om docent te mogen blijven, mag die periode niet langer zijn dan twee jaar. 
  • De docent moet zijn ingeschreven in het register van RGS als arts in een klinisch specialisme, als specialist ouderengeneeskunde of als SEH-artsknmg.
  • De docent is of inzetbaar voor chirurgische onderdelen, of voor niet-chirurgische onderdelen, of voor minimaal twee andere, verschillende onderdelen.
  • De docent voldoet aan de regels voor herregistratie; deze is niet langer dan vijf jaar verlopen (zie ook de alinea Herregistratie hieronder). 
  • De docent heeft geen opmerkingen bij zijn vermelding in het BIG-register.
  • De docent blijft altijd zelf verantwoordelijk voor het bijhouden van de benodigde kennis.

GIC FASE 3 - HERREGISTRATIEG
Voor het borgen van de kwaliteit van het onderwijs is het zinvol om alle docenten periodiek te auditen. Eén keer per drie jaar toetst Schola Medica of de docent nog voldoet aan de voorwaarden om gekwalificeerd docent te blijven. De vorm die hierbij wordt gebruikt kan bijvoorbeeld zijn: een korte herbeoordeling van een van de gehanteerde onderwijsvormen, eventueel inspelend op nieuw ingevoerde skills. Beoordelingscriteria daarbij zijn het juist toepassen van de onderwijskundige principes zoals besproken in de GIC, het hebben van voldoende inhoudelijke kennis om boven de stof te staan en je conformeren aan de opvattingen zoals in de lesstof is beschreven en tijdens de briefing besproken is. Het resultaat van deze toets en de nabespreking wordt vastgelegd en aan het dossier toegevoegd. Beoordelingen van de GIC fase 2 worden vermeld bij de beoordeling GIC 3, zodat op de aandachtspunten (ook niet-scenario-onderwijs) kan worden gelet. De beoordelaar zal bij het (scenario-)onderwijs aanwezig zijn.

DE GIC FASE 3 - METHODE: 

  1. In overleg met de docent wordt een datum vastgesteld waarop de audit, inclusief nabespreking, zal plaatsvinden. De docent ontvangt daarna de naam van de auditor.
  2. Een audit betreft minimaal één scenario, inclusief voorbereiding en afsluiting.
  3. De auditor is aanwezig bij het hele scenario, inclusief voorbereiding en afsluiting en vult de daarvoor ontwikkelde checklist in.
  4. De checklist wordt op dezelfde dag door de auditor met de docent besproken.
  5. De uitslag wordt zowel mondeling als schriftelijk aan de betrokken docent meegedeeld.
  6. Het formulier wordt door het organisatiebureau opgeslagen in het docentendossier en gemaild naar het managementteam.

De bevindingen van de audit zijn te verdelen in drie groepen:

Goed   
Voldoende  
Twijfelachtig GIC 3 docent geeft advies ter verbetering en maakt in overleg met een lid van de vakgroep spoedzorg of het managementteam een voorstel voor een vervolgtraject. Een her-evaluatie vindt binnen 6 maanden plaats.
Onvoldoende GIC 3 docent geeft advies ter verbetering en maakt in overleg met een lid van de vakgroep spoedzorg of het managementteam een voorstel voor een vervolgtraject. Een her-evaluatie vindt binnen 6 maanden plaats. Indien bij her-evaluatie blijkt dat er geen verbetering is opgetreden, volgt een beoordelingsgesprek.

Als er sprake is van bijzondere omstandigheden, zulks ter beoordeling van het managementteam Schola Medica, die mede hebben geleid tot een slechte uitkomst van de audit kan besloten worden om de betrokken docent een herkansing aan te bieden.

VERANTWOORDELIJKHEID GIC-REGLEMENT
Het GIC-reglement maakt deel uit van het kwaliteitsbeleid van Schola Medica. Het managementteam Schola Medica is eindverantwoordelijk voor dit beleid en ook voor het naleven van dit GIC-reglement. Het beoordeelt of er een uitzondering op de bepalingen in dit GIC-reglement kan worden gemaakt.

[1] Pocket Guide to Teaching for Clinical Instructors. Bullock ea – third edition. Advanced Life Support Group & Resuscitation Council (UK).
[2] Zie https://www.erc.edu
[3] Bijvoorbeeld een cursus van ALSG (ATLS®, MedicALS®), of SSHK (APLS®) of OSG/ERC (ACLS®)

Deze website maakt gebruik van cookies. Lees onze privacyverklaring voor meer informatie. Gaat u akkoord met het gebruik hiervan?"